in amsterdam, zomer

Tijd te zijn

En toen gingen we naar de speeltuin
En ik heb in de zandbak gespeeld
Het had ook al geregend en
Er was veel modder en daar mocht ik niet in
“Niet in de modder, nee, niet in de modder
Daar mag je niet in”
Maar ik deed het toch, stiekem,
En toen moest mamma wassen en dat vond ze niet zo leuk
Maar ze moest ook wel een beetje lachen
Want ik had ook blubber in m’n haar
Dat vond ze best wel raar

En toen ging die jongen met me vechten
Ik weet niet precies waarom
En toen ging ik wegrennen want ik kan helemaal niet vechten
Maar toen de andere dag kwam ik hem weer tegen
Hee, daar is die jongen, ik doe net of ik hem niet zie
En toen ging ie niet meer met me vechten
Maar dat was omdat hij een pokemonkaart wilde ruilen
Dus toen deed ie niet zo stom
Ik weet wel waarom

En toen ging ik dromen van een monster
En het monster kwam me zoeken
Maar ik zat onder de deken, en toen
Toen zag ie me niet en ging ie weg
Hee, het monster gaat nu weg
En pas toen durfde ik om mama te roepen
En ik riep en ik riep
Maar mamma kon me niet horen, en toen
Duurde het best lang voordat ik ging slapen

En toen ging ik fikkie stoken, samen met Lars
Lars is een vriendje die woont bij me in de straat
En hij had lucifers en ik had een paar kranten
En toen ging dat lekker branden, en het rook zo fijn
Maar het gras was droog, en toen ging het gras ook branden
En toen renden we weg en ik hoorde zelfs de brandweer
Snel weg, de brandweer komt eraan
En de volgende dag ben ik gaan kijken
En toen was alles zwartgebrand

Geef een reactie

Reactie