in opinie

Het dilemma van Etsy

Een interessant artikel in de Wired, over Etsy.com, een website waar creatievelingen hun handgemaakte artikelen kunnen verkopen. Etsy.com is ooit begonnen als platform voor hobbyisten, die een platform zochten voor hun handgemaakte artikelen. Hobbyisten, die geen tijd en geld wilden steken in het opzetten van een eigen website. En die bovendien te weinig bezoekers zouden krijgen op hun eigen website.

Al vrij snel waren er grote succesnummers op Etsy. Die kregen dan een enorme hoeveelheid orders te verstouwen, die ze onmogelijk allemaal zelf in elkaar konden breien – letterlijk. Eerst moesten dergelijke knutselaars, als ze op die manier uit hun krachten waren gegroeid, toch hun eigen website opzetten. Het gevolg was dat Etsy telkens hun beste verkopers gedag moest zeggen. En er dus ook geen winst meer mee kon maken.

Nu willen ze dat veranderen. Maar er ontstaat een probleem. Want die succesvolle verkopers gaan op zoek naar mensen die hun artikelen in elkaar kunnen zetten. Dat kunnen natuurlijk de neefjes en nichtjes zijn, die de kunst wel willen leren in ruil voor wat extra zakgeld. Maar wat let zo’n verkoper om te kijken of er in India geen mensen zijn die het kunnen? Die zijn waarschijnlijk nog sneller en goedkoper ook.

Maar als ze dat doen – en er is geen goede reden waarom niet -, dan gaat het gezellige, kneuterige karakter van Etsy verloren. En kun je er binnenkort precies dezelfde “handgemaakte” troep kopen als bij de Xenos. Met als extra risico dat Etsy de leden van het eerste uur van zich vervreemdt.

Een interessant probleem, omdat we hierdoor geconfronteerd worden met een waarheid die, zonder dat we er over na wilden denken, natuurlijk al jarenlang realiteit is. Bijna al onze kleding en elektronica wordt namelijk al in het verre oosten gemaakt, door mensen die daar niet bijster goed betaald voor krijgen. Dat onze handgemaakte stoel van sloophout ook in een Chinees dorp met twee miljoen inwoners wordt gemaakt, kan er ook nog wel bij.

We sussen het lichte ongenoegen dat we daarover voelen met het idee: ‘Die mensen staan in de rij om bij de iPhone-fabriek te gaan werken. Anders hadden ze nog minder verdiend.’ En liefst denken we er helemaal niet over na. Want het vervelende is: er zijn alternatieven. Er bestaan fair-trade-broeken met keurmerken die ons verzekeren dat die arbeiders wel een goed loon krijgen. Maar die broeken zitten niet goed. Dus blijven we ons ongenoegen sussen.

 

Geef een reactie

Reactie