in amsterdam, zomer

De ijscoman

Friso en ik gaan twee blikjes Fanta kopen bij de Italiaanse ijscoman in het Vondelpark. Net als we aan de beurt zijn, vraagt een jongen eventjes snel een servetje aan de ijscoman. Hij heeft waarschijnlijk iets gemorst en wil dat opvegen.

‘Betalen’, zegt de ijscoman. De jongen kijkt wat verbaasd, maar wil best betalen voor een servetje. Maar de collega van de ijscoman, die iets verderop staat, is het hier niet mee eens, en begint in het Italiaans te ratelen tegen de ijscoman.

De rij achter Friso en mij groeit gestaag. De jongen die het servetje vroeg, heeft hier nu spijt van. Maar de ijscoman en zijn collega trekken zich van niemand iets aan. Ze schreeuwen tegen elkaar, en uit de flarden die ik begrijp maak ik op dat ze elkaar niet erg aardig vinden op dit moment. Friso vindt het een beetje eng en intrigerend tegelijk.

‘Laat dat servetje maar zitten,’ zegt de jongen en hij loopt weg. Maar de mannen zijn te druk met elkaar bezig om het op te merken.

Dan keert de ijscoman zich naar mij. ‘Ja?’

‘Twee Fanta, alstublieft,’ zeg ik.

De ijscoman pakt een Fanta uit de koelkast, ‘dit is de enige koude’, en zet de Fanta die de hele dag in de zon op de toonbank heeft gestaan ernaast. ‘Vier euro’.

Hoewel ik geen groot voorstander ben van warme frisdrank (een contradictio in terminis, als je het mij vraagt), betaal ik de ijscoman en maken Friso en ik ons uit de voeten.

Met deze ijscoman wil je geen ruzie.

Geef een reactie

Reactie