Geen zin meer vandaag

‘Pfff, ik heb echt geen zin meer vandaag.’

Ik kon me er iets bij voorstellen. Hij werkt bij de catering bij mij op kantoor. Dat betekent broodjes verkopen, koffie-automaten bijvullen en vergaderzalen uitruimen.

‘Hoe lang moet je nog?’ vroeg ik, in de hoop dat het antwoord mee zou vallen en ik hem gerust kon stellen.

‘Nog tot negen uur. Ik moet biertjes tappen bij een borrel.’

Het was nu vier uur. Ik kon hem helaas niet het goede nieuws meedelen, dat hij zelf ook wel had geweten. Ik kon hem slechts sterkte wensen voor de komende vijf uur.

Onverschillig

‘Het was weer zo’n dag,’ verzuchtte hij.

Ik kende het gevoel.

‘Zo’n dag dat er eigenlijk niets anders opzit, dan met wildvreemden in een kroeg te gaan ouwehoeren over je ex. Haar zojuist gezien, voor het eerst in een jaar. Een jaar! En ik mis haar nog elke dag. Zij mij niet.’

Hij zuchtte.

‘Ze vond het wel leuk om me te zien hoor. Of dat zei ze tenminste. Maar onverschillig was ze wel. Ja, onverschillig. Erg is dat eigenlijk.’

Hij zuchtte nog een keer diep.

‘Dan denk je nog elke dag aan haar. En zij? Zij is onverschillig.’

Hij nam nog een slok.

Vroeger

‘Vroeger,’ zei hij, ‘maakten ze apparaten die gewoon eeuwig meegingen. Toen, in de jaren tachtig, begonnen ze expres kleine mankementen in te bouwen, zodat het ding na een paar jaar – liefst net na de garantietermijn – kapot zou gaan.’

Hij zuchtte.

‘Maar nu is het nog veel erger. De producenten hoeven helemaal geen mankementen meer in te bouwen. Mensen willen nu zelf om de paar jaar een nieuwe telefoon, een nieuwe tv, een nieuwe computer. Om de oren geslagen door de commercie, werken mensen zich het apenzuur om zich de nieuwe iPad te kunnen veroorloven.’

Hij schudde zijn hoofd en zei: ‘De mensen zijn allemaal gek geworden.’

Gesprek in het park

Het was een prachtig zonnige dag. We liepen door het park, een merel zat ons vanaf een takje nieuwsgierig aan te kijken. Het rook zomers, ook al was het pas half april. We hadden een paar biertjes bij ons, en een kleedje om op te zitten. Veel perfecter kon het niet.

Hij was niet tevreden op z’n werk. Hij werkte bij een klein bedrijf, met tien anderen. Omdat hij een van de weinigen was die bereid was om de handen uit de mouwen te steken, kreeg hij veel verantwoordelijkheid. Maar daar kreeg hij geen erkenning en vertrouwen voor terug. Daarnaast werken de andere collega’s niet echt lekker mee.

‘Ik moet de hele tijd de telefoon opnemen,’ zei hij. ‘En dan kom ik aan mijn eigen werk niet toe. Er is een andere collega die ook af en toe de telefoon zou kunnen opnemen, maar die gaat de hele tijd naar het magazijn en is dan een uur weg. Ik kan een dag lang bezig zijn met alleen maar telefoneren, terwijl ik ook nog andere dingen te doen heb.’

‘Maar zeg je daar dan iets van?’ vroeg ik.

‘Nee, want dan zegt hij dat hij ook vaak genoeg de telefoon aanneemt. En dan laat hij doorschemeren dat hij vindt dat ik juist degene ben die minder hard werkt dan hij.’

Een kraai liep om ons heen, en at de chipjes op die wat mensen hadden achtergelaten. Hij hield ons argwanend in de gaten, met z’n zwarte kraaloogjes. Het was een mooie vogel, met een stralend zwart verendek. En groot!

‘Dat is slim van hem,’ zei ik. ‘Maar nog knapper is, dat hij het voor elkaar krijgt dat jij je er iets van aantrekt. Waarom lukt dat?’

Hij keek even voor zich uit, toen keek hij naar mij. ‘Kennelijk vind ik het toch belangrijk wat hij van me vindt.’

Tsja. Al dat indirecte gedoe op de werkvloer, en erbuiten. Al dat geroddel, al die gedachten over elkaar. Wat een terreur. En wat een verademing als er iemand is die daar niet aan doet. Die gewoon zegt wat ‘ie denkt. Als een oase in een woestenij van meningen over collega’s, en meningen over meningen, en allianties tussen deze en gene.

‘Ik zal het er een keer met hem over hebben.’

De televisie: een recensie

Sinds driekwart jaar heb ik nu tv. Ik kreeg namelijk een mooie televisie, en ik kreeg internet via UPC. En UPC hield mij voor dat ik dan ook een televisie-abonnement bij ze moest afsluiten. Dit bleek later overigens niet waar, maar toen was het leed al geschied.

Ik had al zeven jaar geen televisie gehad en vond het dus wel leuk om het weer eens te proberen. Hiervoor keek ik ook wel programma’s, via uitzendinggemist.nl, maar dan had ik ze van tevoren geselecteerd op de computer. En zodra het saai werd, dan sloot ik het programma af en ging ik iets anders doen.

Niet zo met de televisie. Met de televisie ligt mijn ergenisgrens om de een of andere onverklaarbare reden veel hoger. Met andere woorden: ik blijf vaak naar pulp kijken. Als het echt te gortig wordt, dan zet ik ‘m niet uit. Nee, dan ga ik zappen.

Zo kan het dus gebeuren dat ik urenlang naar de televisie heb zitten turen, zonder dat ik echt gekeken heb. Tenminste, als je me de volgende dag zou vragen wat ik gezien had, dan zou ik eigenlijk niet weten.

Kortom: ik betaal 18 euro voor iets waar ik bijna nooit naar kijk. En als ik ernaar kijk, dan maakt het totaal geen indruk.

En daarom is het eindcijfer voor ‘de televisie’: een 3.

Love Me Tender / All Shook Up

Vorige week met een paar vrienden naar de musical ‘Love Me Tender / All Shook Up’ geweest. In Carré.

Dat het in Carré was, beloofde veel goeds. Dat het kaartje 11 euro kostte, beloofde minder goeds. En het was inderdaad héél slecht.

Nu moet ik eerlijk zijn: ik ben geen musicalfan. Sterker nog, ik ben zo weinig musicalfan dat dit de eerste musical was die ik gezien heb sinds de basisschool.

Maar toch: ik sta overal voor open. En ik kan me ook goed voorstellen dat ik een musical wél goed zou vinden. Maar deze niet, en wel om een paar redenen.

De musical heeft, ondanks de titel, weinig met het levensverhaal van Elvis te maken. De liedjes zijn Elvis-liedjes die vertaald zijn uit het Engels en het plot is daar een beetje omheen gebrouwen.

En dat plot van deze musical was kortweg erbarmelijk. Allemaal mensen worden verliefd op elkaar, er zijn allemaal voorspelbare problemen die op een al even voorspelbare manier worden opgelost. Saai.

De vertaling was zo mogelijk nog erbarmelijker. Er werden dingen gezegd die gewoon niet kunnen in het Nederlands, en waar prima alternatieven voor zijn. Slecht van de vertaler, en slecht van de acteurs dat ze die onzin voor zoete koek slikken.

Dat gezegd hebbende: er waren een aantal liedjes die bleven hangen. En die, terwijl ik dit schrijf, nog steeds door mijn hoofd waren. ‘You’re nothing but a hound dog’ was grappig vertaald als ‘Je bent net een kleine kees-hond, je keft de hele tijd’. En er speelden een aantal acteurs in die fantastisch kunnen zingen. Helaas was dat niet genoeg om het algehele gevoel van verveling weg te nemen.

Eindoordeel: een 4. Op een schaal van 1 tot 100.

Een melancholisch gevoel

Ik ben op zoek naar een gevoel. Een melancholisch gevoel, zo’n zondagavondgevoel van lang vervlogen tijden. Weet u misschien waar ik dat kan vinden? Ik zou er graag een liedje over willen schrijven. En soms heb ik het even, maar dan heb ik net geen gitaar bij me. Of ik heb geen tijd om een liedje te schrijven. Of geen zin.

Het schrijven van liedjes is nog niet zo makkelijk. Het voelen van gevoelens is nog niet zo makkelijk. Het is makkelijker om gewoon door te leven en niet zo veel te voelen. Hoe minder je voelt, hoe makkelijker het is.

Chloor en appelsap

[audio:chloor_en_appelsap.mp3|titles=Chloor en appelsap]

Een trage stroom door stad en land
Windt zich een weg naar zee
In een bootje, schim van hout
Drijf ik langzaam mee
Donderwolken grijs en grauw
Dreinen aan het zwerk
Wilgen kraken onder storm
Buigen oud en sterk

In deze grijs die Holland heet
Leef ik zonder zin
Doe slechts de dingen die ik doe
En berust daarin
Wacht hier rustig op de dood
Met chloor en appelsap
Een automatische piloot
Hopend op de klap

 

Bij de bakker

‘EVEN KLOPPEN. BEN ER WEL’, stond er op het bordje op de deur.

Hm.

Ik zag de bakkersvrouw achter de toonbank staan. De deur was inderdaad op slot. Ik klopte, en de bakkersvrouw deed open. Ze keek me eventjes argwanend aan, toen werd ze vriendelijk.

‘Een speltbrood, alstublieft,’ zei ik.

Ze pakte het speltbrood in, we rekenden af en ze liep weer naar de deur, met de sleutel.

‘Dag!’ zei ik.

‘Dag!’ antwoordde ze.

‘Ja, je moet weten,’ vervolgde ze, ‘vorige week ben ik overvallen en de schrik zit er nog behoorlijk in’.

‘Och jeetje,’ zei ik, niet precies wetend wat te zeggen in een dergelijke situatie.

Ik liep naar buiten en de deur ging op slot…

Belastingen

De drommen kantoorklerken waren neergestreken in dit café. Om tien voor vijf hadden ze geroepen: ‘vrijmibo haha, de vrijdagmiddagborrel yeah!’

En nu stonden ze hier, met overhempje, lamswollen truitje. Ze verdienden meer dan goed voor ze was, hier kochten ze bier om de intrinsieke onrust weg te spoelen. De onrust die ooit nog wel toe zou slaan. De midlifecrisis stond bij ze voor de deur.

Maar nu wilden ze daar nog niet van weten. Er kwam er eentje op me af. O jee.

Ja, ik werk daar ook, bij zo’n multinational. Hij dacht dus een bondgenoot in mij te hebben gevonden, en begon een zeurverhaal over hoe vreselijk belastingen zijn. En hoe we veel te veel betalen. En wat een schurk de minister van financiën is, dat ‘ie ons dat allemaal aandoet. Als het een beetje een fatsoenlijke vent zou zijn, zou hij het belastingtarief halveren, verdomme.

Nu ben ik een vreemde, wat dat betreft. Ik vind belastingen niet verschrikkelijk. Ik ben een warm voorstander van het Nederlandse model. Ja, we betalen aardig wat belasting, maar daar krijgt dan ook iedereen gezondheidszorg van. En we plukken mensen van straat die het minder goed getroffen hebben.

Dus zijn betoog viel niet in goede aarde, en na een discussie van een minuut of tien droop hij af. En ik haalde nog wat bier.

Om de naderende midlifecrisis te bezweren, te ontkennen en weg te spoelen.