Dit ben ik

Wat ben ik? ‘Ik ben lang’. Dus ‘ik’ ben mijn lichaam? Maar welk deel van mijn lichaam je ook weghaalt, ‘ik’ blijf grotendeels mezelf. Of verander ik als ik een arm verlies?

Wat ben ik? ‘Ik ben grappig’. Dus ‘ik’ ben mijn hersenen? Maar welk deel van mijn hersenen je ook weghaalt, als het deel klein genoeg is: ‘ik’ blijf grotendeels mezelf. Of verander ik als je willekeurig ergens 1.000 hersencellen verwijdert?

En als je je dan nieuwsgierig af gaat vragen wat ‘ik’ dan precies betekent, begeef je je in de rijke traditie van de Advaita Vedanta, een filosofische stroming van het hindoeïsme die zich al millennia met deze vragen bezighoudt.

Baas-aapje

Een mannetjesaap wil het baas-aapje zijn. Of wil; heeft een natuurlijke drang om dat te willen zijn. Maar als dat niet lukt, is het eigenlijk ook wel goed. Dan gaat de aap stilletjes in een hoekje aan de haartjes op zijn bovenbeen plukken.

Een mannetjesmens wil ook het baas-aapje zijn. Maar een mannetjesmens ziet zichzelf van buiten. Als een romanfiguur, of de hoofdpersoon van een film. Moedigt zichzelf aan als het niet goed gaat. Is ontevreden als het niet lukt. Is trots als het wel lukt.

Een volledig persoon

Ik las ergens dat een ‘volledig’ persoon, iemand met een gevormd en onafhankelijk karakter, minder zal vasthouden aan lege meningen over zichzelf, anderen of de wereld. Een volledig persoon heeft dat niet nodig. Waarom zou je jezelf begraven in gedachten, als er buiten een wereld wacht, klaar om geleefd te worden?

Wat een volledig persoon ook doet – eten, werken, liefhebben, dromen – hij of zij zal dit doen met passie, met overgave. Omdat écht eten niet samengaat met tv kijken. Omdat écht werken niet samengaat met een lamlendig arbeidsethos. Omdat écht liefhebben niet samengaat met rotopmerkingen. Daarom vinden we mensen met een passie altijd zo fascinerend – dát is het echte leven!

Ik las ook dat je niet in een jurk op een berg hoeft te gaan zitten, om ‘verlicht’ te zijn. Als dat je natuurlijke inclinatie is, natuurlijk, vooral doen. Maar je kunt ook een normaler leven leiden. Dat lijkt dat misschien minder spiritueel, maar hoeft het zeker niet te zijn.

Naar Mars, of naar de toekomst?

Als tijdreizen naar de toekomst mogelijk zou zijn, zou je in een machine stappen, om er over honderd of tweehonderd jaar weer uit te komen. Je zou er niemand kennen, mensen zouden vertellen wat er met je vrienden en familie is gebeurd. Je verbaast je een paar weken lang over de nieuwste gadgets (iPhone 242S) en de stand van de gezondheidszorg (gemiddelde leeftijd is 324 jaar). En dan krijg je heimwee naar huis, naar je eigen tijd. Maar ja, terug naar de geschiedenis kan niet, want zo ver is de techniek nog niet.

Er is geen machine waarmee je naar de toekomst kunt, maar over een jaar of tien, twintig is er wel een andere manier. Tegen die tijd zal het mogelijk zijn om mensen in te vriezen zonder ze te beschadigen. En om ze dan eeuwen later weer te ontdooien. Dus mensen die heel erg zin hebben om te zien hoe het er in de toekomst aan toe gaat, kunnen ervoor kiezen om zich in te laten vriezen. Dan ben je er even een paar honderd jaar niet. Maar zodra je wakker wordt – en dat is voor je gevoel eigenlijk meteen nadat je bent gaan slapen – ben je de toekomst in gereisd.

En dan heb je hetzelfde probleem als bij de hierboven beschreven machine: je kunt niet meer terug. Dus je maakt vrienden met wat mensen uit de toekomst, maar die zijn eigenlijk toch wel heel vreemd. En je gaat bij een lotgenotengroep van mensen die zich rond dezelfde tijd hebben laten invriezen. Maar die mensen ken je helemaal niet. Uiteindelijk word je best wel ongelukkig.

Hetzelfde verhaal met een reis naar Mars. Over een jaar of tien, twintig is de heenreis goed te doen. Je kunt alleen niet meer terug. Overal hangen camera’s, want je reis is onderdeel van een Big Brother-achtig programma. De eerste maanden is het spannend, en je hebt ook wat vrienden gemaakt onder de mensen die met je mee zijn gegaan.

Maar na vier maanden begin je de aarde toch wel erg te missen. Je had niet gedacht dat het leven in een kleine nederzetting op Mars zo saai zou zijn. Je wilt wel weer eens in de zee zwemmen. Je wilt wel weer eens door de bergen wandelen. Maar dat kan allemaal niet. Je kunt op een hometrainer fietsen. En je kunt World of Warcraft spelen. Af en toe draai je een beetje door. Je loopt naar een van de camera’s, en je roept: ‘Mam! Help! Stuur alsjeblieft een raket om me hier weg te halen! Ik word hier gek! Ik hou van je!’

En het ergste is, je familie en vrienden hadden je hiervoor gewaarschuwd. Maar je dacht dat het wel mee zou vallen. Je bent (of was?) toch meer op ze gesteld dan je dacht.

Kind in de oorlog

Een opsomming uit de notities van mijn vader (geboren in 1933). Hij woonde tijdens de oorlog in de Rijnsburgerweg in Leiden.

Wout Visbachs loopgraaf.

Scheltema’s schuilkelder.

Sirene.

Mevrouw Meiler *.

Sigarenhandelaar.

“De kogels floten om je oren.”

Distributie.

Inleveren koper.

De krant.

Matras voor keukenraam.

Hongertocht

Tulpenbollen uit Rijnsburg.

Lichtkogels.

Zingende soldaten.

NSB-vriendje. Eddy.

Dijkstra; ik. Pas op: hij is “verkeerd”.

Bennie: “Ik weet wel wat je gezegd hebt.”

Mijn heftige ontkennen.

Bezorgen illegale blaadjes.

Bevrijding. Canadezen.

Wonka. Tulpenbollen. “Pindakaas” van erwtenmeel.

Houthakken. Geslepen bijl.

Bij vader: het te slopen geitenstalletje. Bedreiging door houthakker.

Begraven schat. Eten v. kraaien, aardappelen in schil. Droge broodkorst. Gebrek inventiviteit.

Eén verwarmde kamer.

Schoeisel. “Kleppers”.

School. De villa. Louise de Coliguystraat. Het verhaal van de handgranaat.

De BS. Het lot der NSB-ers.

Goed of fout.

De Bevrijding. Nederland herrijst.

De “Vliegende Hollander”.

Het Zweedse Brood.

Meat and Vegetables. Crackers.

 

*) Mevrouw Meiler was een oude, Joodse vrouw in een rolstoel, die op het zolderkamertje woonde.

23 juli 1986

Volgens de aantekeningen van mijn vader zei ik die dag: “Weet je wat het handige is van kind-zijn? Een heleboel dingen kun je aan een kind toch niet uitleggen, en dan kan je [het kind] het ook niet gaan geloven.”

Handen wassen bij de BBC

Ik hou van news.bbc.co.uk. Deze met Brits belastinggeld gefinancierde website levert kwaliteitsnieuws, en een internationale invalshoek die in veel Nederlandse media ontbreekt. Al surfend op de BBC News-site kom ik ook geregeld terecht op BBC News Magazine, een subonderdeel van die website. Omdat er vaak interessante analyses op staan.

Maar dan begint je op een gegeven moment iets op te vallen. Zo ongeveer bij het zesde artikel over handen wassen. Dan begin je te vermoeden dat er iemand bij BBC News Magazine zit met een missie. En die missie is om de Brit aan het handen wassen te krijgen. Uiteraard zit deze redacteur niet alleen bij het BBC News Magazine, maar werkt hij ook weleens daarbuiten. Het gevolg is: de BBC zet zich op alle fronten in voor het handen wassen.

Ik neem je niet in de maling, en om dat te bewijzen zal ik even alles wat er is verschenen over handen wassen bij de BBC op een rijtje zetten:

14 October 2009: Shame ‘boosts hand-washing rate’

1 January 2010: The clean hands mission

14 October 2011: Now wash your hands – and your mobile

15 October 2012: Why are the British so bad at washing their hands?

3 May 2012: Hand hygiene campaign ‘cut superbug infections’

28 May 2012: Gardeners told ‘wash off compost’

En een instructiefilmpje voor het wassen van handen voor het bereiden van voedsel;

Nog een instructiefilmpje, ditmaal gericht op kinderen;

En zelfs een online handenwasspelletje (wat scoor jij?).

Ik heb al veel van de BBC geleerd. Zo weet ik nu dat je, in de tijd dat je je handen wast, twee keer ‘happy birthday’ moet kunnen zingen. En dat je vooral ook je duimen goed moet wassen, helemaal rondom (!). Verheffing van het volk door de publieke zender mag nog in het Verenigd Koninkrijk. En ze beginnen met handen wassen.

Mijn kabelbedrijf

Ik heb zo’n fijn kabelbedrijf.

Ik wilde wat langerzamer internet. En mijn abonnement was verlopen, dus stuurde ik een e-mail om mijn abonnement om te laten zetten. En dat ik wel van die korting voor nieuwe abonnees gebruik wilde maken.

Dat kon natuurlijk niet. Want die korting, tja, die was alleen voor nieuwe abonnees. Maar ze konden me wel een aantrekkelijke aanbieding doen. Een honderd-in-alles-pakket, met 300 zenders en meer van dat onmisbaars.

Maar ik hoefde geen 300 zenders, want ik ken mezelf een beetje. Ik zou de rest van mijn ellendige dagen slijten achter dat feest der fotonen.

Maar ze konden me een korting geven van maar liefst vijf euro! En gegarandeerd snel internet, niet dat langzame gedoe van die prutsers bij adsl. Daar zou ik even over nadenken, en ik hing op. En ik dacht na. En ik zette wat bedragen naast elkaar in een spreadsheet. En de conclusie was: te duur.

Dus ik belde weer op. Dat ik toch echt op wilde zeggen. Ik kreeg een aardige jongen aan de lijn. Die me vroeg wat de doorslaggevende factor was.

‘De prijs,’ zei ik.

‘O,’ zei hij. ‘Nou… Sinds deze week mag ik u een unieke aanbieding doen.’ Dat bleek een waanzinnige korting van maar liefst 15 euro.

Goh, wonderlijk. Want die andere medewerker, die van de vijf euro korting, had ik nog geen uur eerder aan de lijn gehad. Het is wel erg met die inflatie in Europa.

Om een lang verhaal kort te maken: ik ben dus nog steeds bij m’n kabelbedrijf. Maar betaal ineens een stuk minder. Zonder er ook maar iets voor te hoeven doen, behalve bijna op te zeggen. Met dank aan de ‘waanzinnige korting sinds deze week’, die er eerst niet was, en toen weer wel. Want het kabelbedrijf denk ook: wél geld is beter dan níet geld.

Zon, hitte, zomerweer

En net als je weliswaar niet op kantoor hoeft te zitten, maar hard aan je scriptie moet schrijven, wordt het heerlijk weer. Dat zul je net zien! Je collega’s, vrienden en familie verwachten dat je die scriptie nu eindelijk eens af gaat maken, maar nee: meneer zit lekker in het park met een wijntje en een stokbroodje. Om na die twee weken vrij beschaamd te moeten melden: ik ben nog niets opgeschoten.

‘Waarom niet?’

‘Het was te warm.’

‘O ja.’

Maar ja. Als we gewoon hadden moeten werken, waren we ook niet blij geweest met het heerlijke weer buiten. Dan hadden we smachtend naar buiten gekeken. En omdat iedereen vroeg naar huis wil, is er zo veel te doen dat je rustig op het werk kan zitten totdat de zon net onder is.

En als we echt gewoon honderd procent vrij waren geweest, dan waren we naar een ver land gegaan. En hadden we gebaald omdat het daar regende, terwijl het hier in Nederland heerlijk weer was.

Dus eigenlijk is het nooit goed. We hebben geen levensritme dat het toestaat om eventjes een week lang ad-hoc vrij te nemen als het buiten lekker weer is. En waarom zouden we ook? In de zon liggen bakken is ook niet gezond, daar krijg je nare ziektes van.

Dus eigenlijk is het maar goed dat we niet zomaar in de zon kunnen gaan zitten wanneer wij dat willen. Maar die scriptie, dat lukt echt niet als het binnen dertig graden is.

‘O.’

Een leuke dag pech

Soms heb je pech en word je toch vrolijk.

Ik reed op mijn motor door de Schipholtunnel, iets te hard vond ikzelf dus ik ging naar de rechterbaan om wat langzamer te rijden. Op dat moment haalde een auto me in en ging voor me rijden. De bestuurder van de auto was heftig aan het zwaaien. ‘Heb ik iets fout gedaan?’ vroeg ik me af, ‘vond hij dat ik op de verkeerde manier voor hem ben ingevoegd?’ Ik wist het niet en besloot me niet zo veel van de man aan te trekken.

Tot ongeveer vijf seconden later.

Ik was net de Schipholtunnel uitgereden, toen mijn motor vreemd begon te doen. ‘Zou hij me ergens voor hebben willen waarschuwen?’ dacht ik. Het lastige was dat er een tweebaans uitvoegstrook rechts van me was, waar ik niets te zoeken had. Maar pas rechts van die uitvoegstrook was een vluchtstrook. Door het zwaaien van de man en het sputteren van mijn motor, besloot ik toch naar rechts uit te wijken en de vluchtstrook te pakken. Net op tijd, want toen ik op de vluchtstrook stond, was de motor met geen stok meer vooruit te krijgen.

Even de pechdienst bellen, dacht ik. O nee, dacht ik, mijn telefoon is leeg. O jee, dacht ik, dat wordt een lastig verhaal.

Ik probeerde de batterij in mijn telefoon nieuw leven in te blazen door ‘m op te warmen in mijn handen. Helaas: dat werkte niet. Conclusie: ik móest iemand met een telefoon vinden.

Dus ik liet mijn motor achter en klom over de vangrail. Ik stond vlak bij Schiphol, en liep naar de uitgang van een parkeerplaats. De eerste auto die ik gebaarde, stopte. Een in het blauw geklede stewardess draaide haar raampje open.

Ik legde de situatie uit en mocht haar telefoon lenen. Dat klinkt kort maar in totaal duurde het ongeveer een kwartier voordat ik iemand van de juiste pechdienst aan de lijn had. Toen alles geregeld was, zei ze: ‘Als je straks nog een telefoon nodig hebt, moet je maar weer hier vragen, want dit is de parkeerplaats voor de stewards en stewardessen, en die zijn meestal wel hulpvaardig’. Of dat zo is, weet ik niet, maar voor haar gold dat zeker wel.

Nog een kwartier later was de pechdienst er en werd de motor naar de garage vervoerd.

Dankjewel, automobilist voor het zwaaien en dankjewel, stewardess, voor het lenen van je telefoon! En natuurlijk dankjewel motor, dat je besloot om pas ná de Schipholtunnel kapot te gaan!