Gearresteerd

Na een half uur wachten kwam Avi, een vriend uit Israël, de ‘arrivals’-uitgang op Schiphol uit lopen. Hij begroette Marieke, die daar had staan wachten. Hij had nog geen guldens, dus hij nam wat geld op van de bank op Schiphol. Ze namen de trein naar Amsterdam Centraal, en stapten over op de tram. Hij betaalde de kaartjes voor hen beiden en ze gingen zitten.

Een paar haltes verder stapten er twee politieagenten de tram in. Ze liepen op Marieke en Avi af, en vroegen de twee uit te stappen. De tram was inmiddels op een halte gestopt, en had de deuren al open gezet.

Buiten werden Marieke en Avi in de boeien geslagen. Na een paar minuten kwam er een politieauto aangereden, en ze werden achterin geduwd.

Ze reden naar bureau Warmoesstraat, en werden ieder in een aparte cel gezet. Marieke vroeg waarom ze vastgezet was, en ze vroeg om een advocaat, maar ze kreeg geen antwoord.

Na ongeveer drie uur, het kan ook langer of korter zijn geweest, ging de celdeur open. Marieke en Avi kregen hun eigendommen terug. De agent was niet erg spraakzaam.

‘Waarom zijn we gearresteerd?’ vroeg Marieke, ‘en waarom mogen we nu gaan?’

Het leek of de agent liever geen antwoord wilde geven. Maar na enige aarzeling zei hij: ‘Jullie zijn gearresteerd omdat de tramconducteur dacht dat jullie hadden geprobeerd te betalen met vals geld. Maar na enige rondvraag blijkt dat sinds een paar dagen het vijfguldenbiljet is vervangen. Jullie hebben betaald met zo’n nieuw biljet. Fijne dag nog verder.’

(Dit verhaal is waargebeurd.)

Reisverhalen

Daar lagen ze, te stralen in de Amsterdamse nacht. De reisverhalen. De meest bizarre wederwaardigheden, opgetekend in de meest afgelegen plekken van de wereld en misschien zelfs daarbuiten. En hier liggen ze braaf te wachten, totdat een Amsterdamse koper een boek oppakt, doorbladert en denkt: ‘Dit wil ik hebben!’

Bank te koop – niet om op te zitten

 

Deze bank is te koop, en staat ergens aan het einde van de Kinkerstraat. Ik vraag me af of dit de versie ‘2 zit’ is. Daar lijkt hij wat te smal voor.

Je mag ‘m trouwens niet uitproberen. Want anders kan iedereen die eventjes wil uitrusten wel zeggen dat ‘ie de bank aan het proberen was. Nee, je ziet hoe de bank eruit ziet, het is een mooie bank, dus als je hem wilt kopen: voor 350 euro is deze bank van jou.

Bestanden delen

‘Mag ik even gebruik maken van het stopcontact?’ vroeg de jongen. We zaten bij de Coffee Company, een onvermijdelijke werkplek voor een vrije jongen als ik.

‘Jazeker,’ zei ik, en ik trok de stekker van mijn laptop eruit.

‘Ben jij Bas?’ vroeg ik.

‘Ja,’ zei hij verbaasd.

‘Je bent al je bestanden aan het delen op het netwerk,’ zei ik. Want ik had zojuist even door al zijn torrents gebladerd. Die deden vermoeden dat hij zo nu en dan series downloadt van internet.

‘O,’ zei hij, ‘dat vind ik niet erg hoor. Als jij ze wilt hebben, be my guest.’

Om er gelijk aan toe te voegen: ‘Gelukkig heb ik zojuist alle viezigheid uit die map verwijderd.’

Onverschillig

‘Het was weer zo’n dag,’ verzuchtte hij.

Ik kende het gevoel.

‘Zo’n dag dat er eigenlijk niets anders opzit, dan met wildvreemden in een kroeg te gaan ouwehoeren over je ex. Haar zojuist gezien, voor het eerst in een jaar. Een jaar! En ik mis haar nog elke dag. Zij mij niet.’

Hij zuchtte.

‘Ze vond het wel leuk om me te zien hoor. Of dat zei ze tenminste. Maar onverschillig was ze wel. Ja, onverschillig. Erg is dat eigenlijk.’

Hij zuchtte nog een keer diep.

‘Dan denk je nog elke dag aan haar. En zij? Zij is onverschillig.’

Hij nam nog een slok.

Koffie kopen in de PC

Ja, ik geef het toe, ook ik ben eindelijk overstag: ik heb een Nespresso-apparaat. Ik heb een paar jaar lang weten vol te houden dat filterkoffie echt lekkerder is, dat espresso weer op z’n retour is en dat Nespresso-cupjes veel te duur zijn.

Een beetje gelijk heb ik wel gekregen: filterkoffie is weer helemaal hip in Londen (schijnt) en de espressowinkeltjes daar zijn op hun retour (schijnt). Maar waar ik telkens geen rekening mee hield, en wat ik nu eindelijk inzie: koffie blijft, als het pakje eenmaal open is, maar een week goed. Oké, met een beetje goede wil en niet al te kritische smaakpapillen twee weken. Maar meer ook niet.

Dus als je, zoals ik, maar vijf kopjes koffie per week thuis drinkt, dan krijg je nooit het pak op. En verlept de koffie, zodat je op een goede zondagochtend een kopje zet dat mooie herinneringen oproept aan slootwater uit Calcutta. Niet de bedoeling.

Daarom besloot ik vorige maand in een impulsieve bui zo’n Nespresso-machine aan te schaffen. Een niet al te dure onderneming, aangezien de winst niet gehaald wordt op de machines, maar op de cupjes die je daarna moet kopen. Een kopje Nespresso kost ongeveer 35 cent, en door patenten ziet het er niet naar uit dat hier in de komende paar jaar verandering in komt. Concurrentie mag nog niet.

Dus stond ik vandaag in de Nespresso-winkel, waar een van oorsprong Spaanstalige meneer met een pak aan en een das om mij hielp bij mijn koffiekeuze. Dat is dan wel weer luxe; ik krijg daar meer aandacht en service dan in een witgoedzaak. Telkens vroeg hij me of ik nog iets te vragen had, en aangezien ik nieuw ben in het Nespresso-gebeuren had ik die wel.

Ik kreeg chocola en koffie. En ik vermoed dat als ik het had gevraagd, ook nog die Spaanstalige meneer z’n 06.

Ambulance snel ter plaatse

Weesperplein, een paar jaar geleden. Ik hoorde remmen piepen, keek om en zag hoe een taxi probeerde uit te wijken voor een oudere man die over de trambaan aan het zwalken was. Dat lukte niet, de man werd geraakt door de spiegel van de taxi en viel op de grond. De taxi reed door.

De man probeerde overeind te komen. Ik rende naar hem toe. Hij was duidelijk in de war, waarschijnlijk was hij dat al voordat hij over de trambaan begon te zwalken. Er zat bloed op zijn handen, maar zo te zien was hij niet heel erg gewond. Ik pakte hem onder zijn armen en we liepen naar een bankje naast de weg. Daar zette ik hem op neer.

Toen bedacht ik me dat de ambulancepost hier om de hoek was, op vijftig meter lopen. Ik zei tegen de man dat hij rustig moest blijven zitten en dat ik een ambulance zou gaan halen. Dat blijven zitten leek wel te gaan lukken.

Ik rende naar de ambulancepost en vertelde wat er gebeurd was. Maar in plaats van meteen mee te gaan, bleek dat er eerst een paar formulieren ingevuld moesten worden door de broeders. Op zich logisch, want er moet bekend zijn waar ze zich ophouden en of ze uitgerukt zijn. Maar een beetje frustrerend was het wel.

Ik rende weer terug, de man zat er nog en zag er iets beter uit. Een paar minuten later hoorde ik de ambulance met loeiende sirene vertrekken. Ze moesten nog een aardige omweg maken, maar weer een minuut later waren ze er. De ambulancebroeders ontfermden zich over de man. Ik liep verder.

Op de motor

Ik rij nu bijna een jaar motor. Tijd om de balans op te maken.

1. Ik vind het een heerlijk gevoel om te rijden. Het verschil met een auto (‘koekblik’ in motorrijderstermen) is enorm. Je bent veel meer ‘in’ het verkeer, in plaats van dat je vanuit je eigen coconnetje alles observeert. Je kunt ook niet anders; waar automobilisten vaak van alles aan het doen zijn behalve op de weg letten, kun je als motorrijder alleen maar op de weg letten. Het is lastig mascara opdoen met een helm op.

2. Om daarop voort te borduren: mensen rijden erg slecht. En dan zowel collega-motorrijders als koekblikkers. Eerst de auto’s. Ze kijken slecht om zich heen, doen van alles behalve op de weg letten, houden onvoldoende afstand en een enkeling is gewoon puur slecht. Vaak mannen van middelbare leeftijd die hun halve leven in de file doorbrengen en dan vol afgunst naar motorrijders kijken die hen passeren. Zodra ze de kans krijgen, proberen ze te snijden of gaan ze kleven. Dood aan de motorrijders.

3. Motorrijders rijden vaak erg roekeloos. Het is heel verleidelijk om even tussen twee auto’s door te rijden. Of om rechts in te halen. Of het gas open te trekken. Geen wonder dat er relatief veel ongelukken met motorrijders gebeuren. Dat zal deels komen door de extra kwetsbaarheid, maar ook deels door onvoorzichtig rijden.

4. Tussen de file door rijden is heel prettig en heel vermoeiend. Ik weet niet of het nou echt veel tijdwinst oplevert maar het is beter dan stilstaan. Helaas rijd ik nooit gruwelijke filetrajecten (Den Haag – Amsterdam of Den Bosch – Amsterdam), dan scheelt het een hele hoop tijd, denk ik.

5. Motorrijders groeten elkaar. Ze knopen een praatje met elkaar aan. Soms helpen ze elkaar als er een met pech op de vluchtstrook staat. Vooral rijders met hetzelfde type motor groeten elkaar: sportmotoren, BMW’s, choppers. Veel motorrijders groeten geen motorscooters of agenten te motor. Dat zorgt voor verwarde reacties als je die toch groet: ongeveer de helft groet terug.

6. Al met al ben ik zielsgelukkig met m’n rijbewijs A, en zou ik ‘m voor geen meter missen (nog een reden om heel voorzichtig te rijden…)

Die staat jou niet

Man van een jaar of dertig met vlasje op z’n hoofd zet een hippe zonnebril op. Dan draait hij zich naar zijn vriendin. Die is het er niet mee eens.

‘Die staat jou helemaal niet’.

Zelf weet hij dat nog niet zo zeker. Hij pruttelt wat tegen. Maar ze is vastberaden.

‘Die staat jou he-le-maal niet’.

Hij capituleert.

Love Me Tender / All Shook Up

Vorige week met een paar vrienden naar de musical ‘Love Me Tender / All Shook Up’ geweest. In Carré.

Dat het in Carré was, beloofde veel goeds. Dat het kaartje 11 euro kostte, beloofde minder goeds. En het was inderdaad héél slecht.

Nu moet ik eerlijk zijn: ik ben geen musicalfan. Sterker nog, ik ben zo weinig musicalfan dat dit de eerste musical was die ik gezien heb sinds de basisschool.

Maar toch: ik sta overal voor open. En ik kan me ook goed voorstellen dat ik een musical wél goed zou vinden. Maar deze niet, en wel om een paar redenen.

De musical heeft, ondanks de titel, weinig met het levensverhaal van Elvis te maken. De liedjes zijn Elvis-liedjes die vertaald zijn uit het Engels en het plot is daar een beetje omheen gebrouwen.

En dat plot van deze musical was kortweg erbarmelijk. Allemaal mensen worden verliefd op elkaar, er zijn allemaal voorspelbare problemen die op een al even voorspelbare manier worden opgelost. Saai.

De vertaling was zo mogelijk nog erbarmelijker. Er werden dingen gezegd die gewoon niet kunnen in het Nederlands, en waar prima alternatieven voor zijn. Slecht van de vertaler, en slecht van de acteurs dat ze die onzin voor zoete koek slikken.

Dat gezegd hebbende: er waren een aantal liedjes die bleven hangen. En die, terwijl ik dit schrijf, nog steeds door mijn hoofd waren. ‘You’re nothing but a hound dog’ was grappig vertaald als ‘Je bent net een kleine kees-hond, je keft de hele tijd’. En er speelden een aantal acteurs in die fantastisch kunnen zingen. Helaas was dat niet genoeg om het algehele gevoel van verveling weg te nemen.

Eindoordeel: een 4. Op een schaal van 1 tot 100.