Koffie kopen in de PC

Ja, ik geef het toe, ook ik ben eindelijk overstag: ik heb een Nespresso-apparaat. Ik heb een paar jaar lang weten vol te houden dat filterkoffie echt lekkerder is, dat espresso weer op z’n retour is en dat Nespresso-cupjes veel te duur zijn.

Een beetje gelijk heb ik wel gekregen: filterkoffie is weer helemaal hip in Londen (schijnt) en de espressowinkeltjes daar zijn op hun retour (schijnt). Maar waar ik telkens geen rekening mee hield, en wat ik nu eindelijk inzie: koffie blijft, als het pakje eenmaal open is, maar een week goed. Oké, met een beetje goede wil en niet al te kritische smaakpapillen twee weken. Maar meer ook niet.

Dus als je, zoals ik, maar vijf kopjes koffie per week thuis drinkt, dan krijg je nooit het pak op. En verlept de koffie, zodat je op een goede zondagochtend een kopje zet dat mooie herinneringen oproept aan slootwater uit Calcutta. Niet de bedoeling.

Daarom besloot ik vorige maand in een impulsieve bui zo’n Nespresso-machine aan te schaffen. Een niet al te dure onderneming, aangezien de winst niet gehaald wordt op de machines, maar op de cupjes die je daarna moet kopen. Een kopje Nespresso kost ongeveer 35 cent, en door patenten ziet het er niet naar uit dat hier in de komende paar jaar verandering in komt. Concurrentie mag nog niet.

Dus stond ik vandaag in de Nespresso-winkel, waar een van oorsprong Spaanstalige meneer met een pak aan en een das om mij hielp bij mijn koffiekeuze. Dat is dan wel weer luxe; ik krijg daar meer aandacht en service dan in een witgoedzaak. Telkens vroeg hij me of ik nog iets te vragen had, en aangezien ik nieuw ben in het Nespresso-gebeuren had ik die wel.

Ik kreeg chocola en koffie. En ik vermoed dat als ik het had gevraagd, ook nog die Spaanstalige meneer z’n 06.

De Facebook-generatie

Zadie Smith heeft een opiniestuk geschreven over Facebook. Het verscheen in de New York Review of Books, en in vertaling in het NRC Handelsblad. Een opiniestuk, en daarom – zoals het hoort – af en toe behoorlijk kort door de bocht. Samengevat stelt ze twee dingen: (1) Facebook is gebaseerd op het armzalige leven van oprichter Mark Zuckerberg, en kent daarom nauwelijks diepgang; (2) Van een op een database gebaseerd systeem valt per definitie weinig diepgang te verwachten.

Ik ben het met beide punten oneens, en zal uitleggen waarom. Het eerste punt onderbouwt ze vooral met de inrichting van Facebook: “Zaken die je leuk kunt vinden zijn films, muziek, boeken en televisieprogramma’s, geen architectuur, ideeën of planten.” Dit is niet waar. Facebook biedt voldoende mogelijkheden om binnen je profiel en daarbuiten aan te geven welke filosofen je het liefste leest of welke gebouwen je het liefste bezoekt. Ze noemt nog een aantal andere voorbeelden van zaken op Facebook die ze typisch Zuckerbergiaans vindt (‘porren is wat nerds doen bij meisjes’), maar het is allemaal een beetje vergezocht.

Haar tweede stelling is interessanter: een ‘sociaal netwerk’ is niet te vatten in een database, en als je dat toch probeert, doe je jezelf tekort. Ik ben het met haar eens dat je af en toe iets meemaakt wat niet op Facebook te zetten is. Soms zie je een prachtige zonsondergang die je fotografeert met je mobieltje en dan op Facebook zet. En dan is het ineens minder spectaculair. Net als de reacties van je vrienden (meestal nul).

Maar als je op een andere manier met Facebook omgaat, wordt het ineens een stuk leuker. Namelijk als je mensen laat weten wat je aan het doen bent, op een luchtige manier. Soms kom ik iemand tegen die ik een half jaar niet gezien heb, maar dan kan ik toch vragen: ‘Goh, hoe gaat de verbouwing?’ En sommige mensen die ik niet zo goed ken, schrijven de leukste dingen en belevenissen op Facebook.

‘Daar zit ik niet op te wachten,’ zou een reactie kunnen zijn die ik me goed kan voorstellen. Maar ik zit daar wel op te wachten. En ik geniet af en toe van de scherpe observaties van mijn Facebookvrienden. Ook al staan die opgeslagen in een eenvoudige database.