Dit ben ik

Wat ben ik? ‘Ik ben lang’. Dus ‘ik’ ben mijn lichaam? Maar welk deel van mijn lichaam je ook weghaalt, ‘ik’ blijf grotendeels mezelf. Of verander ik als ik een arm verlies?

Wat ben ik? ‘Ik ben grappig’. Dus ‘ik’ ben mijn hersenen? Maar welk deel van mijn hersenen je ook weghaalt, als het deel klein genoeg is: ‘ik’ blijf grotendeels mezelf. Of verander ik als je willekeurig ergens 1.000 hersencellen verwijdert?

En als je je dan nieuwsgierig af gaat vragen wat ‘ik’ dan precies betekent, begeef je je in de rijke traditie van de Advaita Vedanta, een filosofische stroming van het hindoeïsme die zich al millennia met deze vragen bezighoudt.

De strijd van een stand-up comedian

Comedian’ is een documentaire uit 2002, over een bekende en een onbekende stand-up comedian (respectievelijk Jerry Seinfeld en Orny Adams). Te zien zijn korte fragmenten van hun routines, en vooral veel analyses – van de twee cabaretiers zelf, en van anderen.

Ik heb het opgezocht – Orny Adams is nooit doorgebroken. Ondanks de lovende woorden die over hem worden gezegd in de documentaire, en ondanks de enorme werklust die hij aan de dag legt. In het begin laat hij de hoeveelheid materiaal zien die hij gedurende de jaren heeft geschreven: die is enorm.

En toch begrijp ik waarom Orny niet is doorgebroken. Hij mist een bepaalde mildheid, een vergevingsgezindheid. Zijn grappen zijn niet slecht, maar hij geeft opvallend vaak het publiek de schuld als er niet gelachen wordt.

Ik heb ook op open podia opgetreden, weliswaar als singer-songwriter, maar toch is het vergelijkbaar. Er zijn singer-songwriters die vinden dat het publiek stil moet zijn, en bewonderend moet luisteren als ze spelen. Ik ben het met ze eens dat dat wel zo beleefd is, maar ik vind ook dat de singer-songwriter zo boeiend moet zijn, dat iedereen vanzelf luistert. Als bijna de hele zaal geraakt wordt, en er is iemand nog hard aan het praten, dan wordt diegene wel door de anderen tot de orde geroepen.

Datzelfde geldt voor stand-up comedy. Je kunt niet het publiek de schuld geven als er niet gelachen wordt, of als er doorheen gepraat wordt, of als je geheckled wordt. Je moet zorgen dat je er staat, dat je de sympathie van het publiek krijgt, en dat je goede grappen maakt. Dan wordt het publiek vanzelf stil.

Een collega-comedian zegt: ‘Als je beroemd bent, krijg je vijf minuten extra goodwill. Maar daarna moet je gewoon goede grappen maken.’ Jerry is inderdaad een stuk bekender dan Orny, maar zo te zien is dat terecht. Jerry verwacht niets van het publiek. Als er niet gelachen wordt, zoekt hij de schuld bij zichzelf. ‘I make no excuse – I just wasn’t good’. Orny geeft steevast het publiek de schuld. ‘Ik doe dit al zo lang, ik heb gewoon goed materiaal.’ Daar is hij van overtuigd. En mensen die hem van goedbedoelde feedback voorzien, zijn ‘cocksuckers’.

Ik vrees dat Orny nooit door zal breken, wat George Shapiro ook zegt. Het publiek heeft sympathie voor cabaretiers die sympathiek overkomen, en dat lukt Orny niet. In ieder geval niet in deze documentaire.

De ‘How I Built This’ podcast

Ik luister regelmatig de ‘TED Radio Hour’ podcast, waarbij een bepaald thema wordt uitgediept aan de hand van TED-talks. En in een van die podcasts werd reclame gemaakt voor een andere podcast van dezelfde maker, ‘How I Built This’. In die podcast worden oprichters geïnterviewd over het bedrijf of de organisatie die ze hebben opgezet.

De eerste die ik luisterde ging over Instagram. Razend interessant, om te horen hoe het ontwerpen van Instagram in zijn werk ging. Dat de app eerst een locatie-app was, waarbij je kon inchecken op een locatie. Dat er een reis naar Mexico aan te pas moest komen, om te beseffen dat de focus op foto’s gelegd moest worden. En dat de vrouw van een van de oprichters met het idee kwam om standaard filters op de foto’s toe te passen.

Ook heel interessant is het feit dat ze erg hard werkten, maar voortdurend twijfelden aan het product. Toen in het begin de server er regelmatig uitlag, dachten ze dat hun gebruikers nooit meer terug zouden komen. Maar dat viel erg mee – ze groeiden explosief, en verkochten Instagram uiteindelijk voor een miljard dollar aan Facebook.

Gearresteerd

Na een half uur wachten kwam Avi, een vriend uit Israël, de ‘arrivals’-uitgang op Schiphol uit lopen. Hij begroette Marieke, die daar had staan wachten. Hij had nog geen guldens, dus hij nam wat geld op van de bank op Schiphol. Ze namen de trein naar Amsterdam Centraal, en stapten over op de tram. Hij betaalde de kaartjes voor hen beiden en ze gingen zitten.

Een paar haltes verder stapten er twee politieagenten de tram in. Ze liepen op Marieke en Avi af, en vroegen de twee uit te stappen. De tram was inmiddels op een halte gestopt, en had de deuren al open gezet.

Buiten werden Marieke en Avi in de boeien geslagen. Na een paar minuten kwam er een politieauto aangereden, en ze werden achterin geduwd.

Ze reden naar bureau Warmoesstraat, en werden ieder in een aparte cel gezet. Marieke vroeg waarom ze vastgezet was, en ze vroeg om een advocaat, maar ze kreeg geen antwoord.

Na ongeveer drie uur, het kan ook langer of korter zijn geweest, ging de celdeur open. Marieke en Avi kregen hun eigendommen terug. De agent was niet erg spraakzaam.

‘Waarom zijn we gearresteerd?’ vroeg Marieke, ‘en waarom mogen we nu gaan?’

Het leek of de agent liever geen antwoord wilde geven. Maar na enige aarzeling zei hij: ‘Jullie zijn gearresteerd omdat de tramconducteur dacht dat jullie hadden geprobeerd te betalen met vals geld. Maar na enige rondvraag blijkt dat sinds een paar dagen het vijfguldenbiljet is vervangen. Jullie hebben betaald met zo’n nieuw biljet. Fijne dag nog verder.’

(Dit verhaal is waargebeurd.)

Baas-aapje

Een mannetjesaap wil het baas-aapje zijn. Of wil; heeft een natuurlijke drang om dat te willen zijn. Maar als dat niet lukt, is het eigenlijk ook wel goed. Dan gaat de aap stilletjes in een hoekje aan de haartjes op zijn bovenbeen plukken.

Een mannetjesmens wil ook het baas-aapje zijn. Maar een mannetjesmens ziet zichzelf van buiten. Als een romanfiguur, of de hoofdpersoon van een film. Moedigt zichzelf aan als het niet goed gaat. Is ontevreden als het niet lukt. Is trots als het wel lukt.

Een volledig persoon

Ik las ergens dat een ‘volledig’ persoon, iemand met een gevormd en onafhankelijk karakter, minder zal vasthouden aan lege meningen over zichzelf, anderen of de wereld. Een volledig persoon heeft dat niet nodig. Waarom zou je jezelf begraven in gedachten, als er buiten een wereld wacht, klaar om geleefd te worden?

Wat een volledig persoon ook doet – eten, werken, liefhebben, dromen – hij of zij zal dit doen met passie, met overgave. Omdat écht eten niet samengaat met tv kijken. Omdat écht werken niet samengaat met een lamlendig arbeidsethos. Omdat écht liefhebben niet samengaat met rotopmerkingen. Daarom vinden we mensen met een passie altijd zo fascinerend – dát is het echte leven!

Ik las ook dat je niet in een jurk op een berg hoeft te gaan zitten, om ‘verlicht’ te zijn. Als dat je natuurlijke inclinatie is, natuurlijk, vooral doen. Maar je kunt ook een normaler leven leiden. Dat lijkt dat misschien minder spiritueel, maar hoeft het zeker niet te zijn.

Niet zo afgevraagd

Ik had me dat eigenlijk, om eerlijk te zijn, nooit zo afgevraagd, zei ik tegen de man met de zeis.

De man zuchtte.

Je hele leven, zei hij, weet je al dat ik kom. Maar je ooit iets afvragen, ho maar.

Ga nu maar slapen, vervolgde hij. Als de tijd nooit meer stopt of weer opnieuw begint, krijg je nog een kans.

Ik knikte en liet me in slaap sussen, als zo vaak.

Naar Mars, of naar de toekomst?

Als tijdreizen naar de toekomst mogelijk zou zijn, zou je in een machine stappen, om er over honderd of tweehonderd jaar weer uit te komen. Je zou er niemand kennen, mensen zouden vertellen wat er met je vrienden en familie is gebeurd. Je verbaast je een paar weken lang over de nieuwste gadgets (iPhone 242S) en de stand van de gezondheidszorg (gemiddelde leeftijd is 324 jaar). En dan krijg je heimwee naar huis, naar je eigen tijd. Maar ja, terug naar de geschiedenis kan niet, want zo ver is de techniek nog niet.

Er is geen machine waarmee je naar de toekomst kunt, maar over een jaar of tien, twintig is er wel een andere manier. Tegen die tijd zal het mogelijk zijn om mensen in te vriezen zonder ze te beschadigen. En om ze dan eeuwen later weer te ontdooien. Dus mensen die heel erg zin hebben om te zien hoe het er in de toekomst aan toe gaat, kunnen ervoor kiezen om zich in te laten vriezen. Dan ben je er even een paar honderd jaar niet. Maar zodra je wakker wordt – en dat is voor je gevoel eigenlijk meteen nadat je bent gaan slapen – ben je de toekomst in gereisd.

En dan heb je hetzelfde probleem als bij de hierboven beschreven machine: je kunt niet meer terug. Dus je maakt vrienden met wat mensen uit de toekomst, maar die zijn eigenlijk toch wel heel vreemd. En je gaat bij een lotgenotengroep van mensen die zich rond dezelfde tijd hebben laten invriezen. Maar die mensen ken je helemaal niet. Uiteindelijk word je best wel ongelukkig.

Hetzelfde verhaal met een reis naar Mars. Over een jaar of tien, twintig is de heenreis goed te doen. Je kunt alleen niet meer terug. Overal hangen camera’s, want je reis is onderdeel van een Big Brother-achtig programma. De eerste maanden is het spannend, en je hebt ook wat vrienden gemaakt onder de mensen die met je mee zijn gegaan.

Maar na vier maanden begin je de aarde toch wel erg te missen. Je had niet gedacht dat het leven in een kleine nederzetting op Mars zo saai zou zijn. Je wilt wel weer eens in de zee zwemmen. Je wilt wel weer eens door de bergen wandelen. Maar dat kan allemaal niet. Je kunt op een hometrainer fietsen. En je kunt World of Warcraft spelen. Af en toe draai je een beetje door. Je loopt naar een van de camera’s, en je roept: ‘Mam! Help! Stuur alsjeblieft een raket om me hier weg te halen! Ik word hier gek! Ik hou van je!’

En het ergste is, je familie en vrienden hadden je hiervoor gewaarschuwd. Maar je dacht dat het wel mee zou vallen. Je bent (of was?) toch meer op ze gesteld dan je dacht.

Kind in de oorlog

Een opsomming uit de notities van mijn vader (geboren in 1933). Hij woonde tijdens de oorlog in de Rijnsburgerweg in Leiden.

Wout Visbachs loopgraaf.

Scheltema’s schuilkelder.

Sirene.

Mevrouw Meiler *.

Sigarenhandelaar.

“De kogels floten om je oren.”

Distributie.

Inleveren koper.

De krant.

Matras voor keukenraam.

Hongertocht

Tulpenbollen uit Rijnsburg.

Lichtkogels.

Zingende soldaten.

NSB-vriendje. Eddy.

Dijkstra; ik. Pas op: hij is “verkeerd”.

Bennie: “Ik weet wel wat je gezegd hebt.”

Mijn heftige ontkennen.

Bezorgen illegale blaadjes.

Bevrijding. Canadezen.

Wonka. Tulpenbollen. “Pindakaas” van erwtenmeel.

Houthakken. Geslepen bijl.

Bij vader: het te slopen geitenstalletje. Bedreiging door houthakker.

Begraven schat. Eten v. kraaien, aardappelen in schil. Droge broodkorst. Gebrek inventiviteit.

Eén verwarmde kamer.

Schoeisel. “Kleppers”.

School. De villa. Louise de Coliguystraat. Het verhaal van de handgranaat.

De BS. Het lot der NSB-ers.

Goed of fout.

De Bevrijding. Nederland herrijst.

De “Vliegende Hollander”.

Het Zweedse Brood.

Meat and Vegetables. Crackers.

 

*) Mevrouw Meiler was een oude, Joodse vrouw in een rolstoel, die op het zolderkamertje woonde.