Baas-aapje

Een mannetjesaap wil het baas-aapje zijn. Of wil; heeft een natuurlijke drang om dat te willen zijn. Maar als dat niet lukt, is het eigenlijk ook wel goed. Dan gaat de aap stilletjes in een hoekje zitten mokken.

Een mannetjesmens wil ook het baas-aapje zijn. Maar een mannetjesmens ziet zichzelf van bovenaf. Moedigt zichzelf aan als het niet goed gaat. Is ontevreden als het niet lukt. Is trots als het wel lukt.

Een volledig persoon

Ik las ergens dat een ‘volledige’ persoon, iemand met een gevormd en onafhankelijk karakter, minder zal vasthouden aan lege meningen over zichzelf, anderen of de wereld. Een volledige persoon heeft dat niet nodig. Waarom zou je jezelf begraven in gedachten, als er buiten een wereld wacht, klaar om geleefd te worden?

Wat een volledige persoon ook doet – eten, werken, liefhebben, dromen – hij of zij zal dit doen met passie, met overgave. Omdat écht eten niet samengaat met tv kijken. Omdat écht werken niet samengaat met een lamlendig arbeidsethos. Omdat écht liefhebben niet samengaat met rotopmerkingen. Daarom vinden we mensen met een passie altijd zo fascinerend – dát is het echte leven!

Ik las ook dat je niet in een jurk op een berg hoeft te gaan zitten, om ‘verlicht’ te zijn. Als dat je natuurlijke inclinatie is, natuurlijk, vooral doen. Maar je kunt ook een normaler leven leiden. Dat lijkt dat misschien minder spiritueel, maar hoeft het zeker niet te zijn.

Niet zo afgevraagd

Ik had me dat eigenlijk, om eerlijk te zijn, nooit zo afgevraagd, zei ik tegen de man met de zeis.

De man zuchtte.

Je hele leven, zei hij, weet je al dat ik kom. Maar je ooit iets afvragen, ho maar.

Ga nu maar slapen, vervolgde hij. Als de tijd nooit meer stopt of weer opnieuw begint, krijg je nog een kans.

Ik knikte en liet me in slaap sussen, als zo vaak.

Naar Mars, of naar de toekomst?

Als tijdreizen naar de toekomst mogelijk zou zijn, zou je in een machine stappen, om er over honderd of tweehonderd jaar weer uit te komen. Je zou er niemand kennen, mensen zouden vertellen wat er met je vrienden en familie is gebeurd. Je verbaast je een paar weken lang over de nieuwste gadgets (iPhone 242S) en de stand van de gezondheidszorg (gemiddelde leeftijd is 324 jaar). En dan krijg je heimwee naar huis, naar je eigen tijd. Maar ja, terug naar de geschiedenis kan niet, want zo ver is de techniek nog niet.

Er is geen machine waarmee je naar de toekomst kunt, maar over een jaar of tien, twintig is er wel een andere manier. Tegen die tijd zal het mogelijk zijn om mensen in te vriezen zonder ze te beschadigen. En om ze dan eeuwen later weer te ontdooien. Dus mensen die heel erg zin hebben om te zien hoe het er in de toekomst aan toe gaat, kunnen ervoor kiezen om zich in te laten vriezen. Dan ben je er even een paar honderd jaar niet. Maar zodra je wakker wordt – en dat is voor je gevoel eigenlijk meteen nadat je bent gaan slapen – ben je de toekomst in gereisd.

En dan heb je hetzelfde probleem als bij de hierboven beschreven machine: je kunt niet meer terug. Dus je maakt vrienden met wat mensen uit de toekomst, maar die zijn eigenlijk toch wel heel vreemd. En je gaat bij een lotgenotengroep van mensen die zich rond dezelfde tijd hebben laten invriezen. Maar die mensen ken je helemaal niet. Uiteindelijk word je best wel ongelukkig.

Hetzelfde verhaal met een reis naar Mars. Over een jaar of tien, twintig is de heenreis goed te doen. Je kunt alleen niet meer terug. Overal hangen camera’s, want je reis is onderdeel van een Big Brother-achtig programma. De eerste maanden is het spannend, en je hebt ook wat vrienden gemaakt onder de mensen die met je mee zijn gegaan.

Maar na vier maanden begin je de aarde toch wel erg te missen. Je had niet gedacht dat het leven in een kleine nederzetting op Mars zo saai zou zijn. Je wilt wel weer eens in de zee zwemmen. Je wilt wel weer eens door de bergen wandelen. Maar dat kan allemaal niet. Je kunt op een hometrainer fietsen. En je kunt World of Warcraft spelen. Af en toe draai je een beetje door. Je loopt naar een van de camera’s, en je roept: ‘Mam! Help! Stuur alsjeblieft een raket om me hier weg te halen! Ik word hier gek! Ik hou van je!’

En het ergste is, je familie en vrienden hadden je hiervoor gewaarschuwd. Maar je dacht dat het wel mee zou vallen. Je bent (of was?) toch meer op ze gesteld dan je dacht.

Kind in de oorlog

Een opsomming uit de notities van mijn vader (geboren in 1933). Hij woonde tijdens de oorlog in de Rijnsburgerweg in Leiden.

Wout Visbachs loopgraaf.

Scheltema’s schuilkelder.

Sirene.

Mevrouw Meiler *.

Sigarenhandelaar.

“De kogels floten om je oren.”

Distributie.

Inleveren koper.

De krant.

Matras voor keukenraam.

Hongertocht

Tulpenbollen uit Rijnsburg.

Lichtkogels.

Zingende soldaten.

NSB-vriendje. Eddy.

Dijkstra; ik. Pas op: hij is “verkeerd”.

Bennie: “Ik weet wel wat je gezegd hebt.”

Mijn heftige ontkennen.

Bezorgen illegale blaadjes.

Bevrijding. Canadezen.

Wonka. Tulpenbollen. “Pindakaas” van erwtenmeel.

Houthakken. Geslepen bijl.

Bij vader: het te slopen geitenstalletje. Bedreiging door houthakker.

Begraven schat. Eten v. kraaien, aardappelen in schil. Droge broodkorst. Gebrek inventiviteit.

Eén verwarmde kamer.

Schoeisel. “Kleppers”.

School. De villa. Louise de Coliguystraat. Het verhaal van de handgranaat.

De BS. Het lot der NSB-ers.

Goed of fout.

De Bevrijding. Nederland herrijst.

De “Vliegende Hollander”.

Het Zweedse Brood.

Meat and Vegetables. Crackers.

 

*) Mevrouw Meiler was een oude, Joodse vrouw in een rolstoel, die op het zolderkamertje woonde.

23 juli 1986

Volgens de aantekeningen van mijn vader zei ik die dag: “Weet je wat het handige is van kind-zijn? Een heleboel dingen kun je aan een kind toch niet uitleggen, en dan kan je [het kind] het ook niet gaan geloven.”

Fictie: Rood licht

‘Gerrit! Kun je even komen?’

Gerrit stond op en liep naar het kantoor van Herman, zijn baas. Tijdens het lopen stopte hij zijn overhemd terug in zijn broek. Dat lukte aan de voorkant, aan de achterkant kon hij er niet goed bij.

‘Gerrit. Ik snap er niets van. Ik zit hier naar deze facturen te kijken, en naar het administratiesysteem. En iets lijkt er niet te kloppen. Het telt niet op.’

‘O,’ zei Gerrit. Hij liep om het bureau van Herman heen, om naar Herman zijn computerscherm te kunnen kijken.

‘Hier, een voorbeeld,’ Herman wees met een afgekloven balpen op een bedrag op het scherm, ‘dit is het totaal aan bestellingen van 24 oktober. Daar heb ik hier de orderbonnen en de facturen van.’

Hij sloeg hard op een map, Gerrit schrok ervan. Die map kende Gerrit maar al te goed. Dat was de map waar hij altijd alle orderbonnen en facturen in deed.

Herman vertelde dat hij alle bedragen op de facturen bij elkaar op had geteld. En dat hij dat had vergeleken met het bedrag dat er in de administratie stond. En dat hij dan niet op het totaal kwam. En dat hij toen naar de orderbonnen had gekeken. En… En… En…

De blik van Gerrit dreef af naar buiten, naar de grijsgrauwe lucht die als een chronische depressie boven het kantoorpark hing. De stem van Herman hoorde hij nog wel, maar hij luisterde niet meer. Hij wou dat hij de stem kon doen ophouden, zoals je zou willen dat de wasmachine van de bovenburen zou ophouden. Maar het dreinde door. Was het centrifugeren al begonnen?

 *

 Ongeveer een half jaar eerder had Gerrit een methode ontdekt. Of liever: had de accountant een methode ontdekt.

‘Gerrit,’ had de accountant gezegd, ‘hier word ik niet zo vrolijk van. Want stel dat jij fraude pleegt? Stel dat jij bijvoorbeeld orderbonnen uitdraait, en de betaling op jouw rekening laat bijschrijven. Is er dan iemand die dat controleert?’

Nee, dacht Gerrit.

‘Ja,’ zei Gerrit, ‘Herman controleert wekelijks of alle betalingen kloppen.’

‘Hm,’ zei de accountant. Gerrit had er daarna niets meer van gehoord.

Uit nieuwsgierigheid had hij geprobeerd of het inderdaad kon. Eerst had hij honderd euro te veel laten overboeken naar de rekening van een klant. Als dat werd ontdekt, kon hij altijd nog zeggen dat het een foutje was.

Het was niemand opgevallen. Twee weken later nog steeds niet. Twee maanden later nog steeds niet. En toen hij erover na ging denken, was er inderdaad geen manier waarop iemand, behalve hijzelf, er ooit achter kon komen.

 *

De eerste keer durfde hij het pas ’s avonds te doen, nadat iedereen naar huis was. Herman had tot laat in zijn kantoortje gezeten, en was verbaasd om Gerrit nog druk aan het werk te zien.

‘Kan dat niet morgen?’ had Herman gevraagd. Gerrit had iets gemompeld over liever vandaag afmaken, morgen veel andere dingen. Herman had zijn schouders opgehaald en was de lift in gestapt.

Normaal ging hij altijd als een van de eersten naar huis. De geluiden in het lege kantoor waren nieuw voor hem. De tl-verlichting, kalm zoemend boven zijn hoofd. De koffieautomaat, zichzelf pruttelend aan het reinigen. Een vrachtwagen, ergens ver weg aan het toeteren.

Hij opende het factuurprogramma, en maakte een nieuwe factuur aan. Trillend pakte hij zijn agenda uit zijn tas, en tikte het rekeningnummer over dat daar stond. Hij was er speciaal voor naar de Kamer van Koophandel gegaan, om een bedrijf op te richten met een plausibele naam. Hij printte de factuur en de orderbon uit. Twee keer: voor in de map en voor naar de klant.

Stom, dacht hij, er gaat natuurlijk helemaal geen factuur naar de klant. Zonde van het papier. Hij grinnikte in zichzelf: hij was duizenden euro’s naar zichzelf aan het overmaken, en hij maakte zich druk om twee A4’tjes.

De factuur en de bon voor de klant gingen bij het oud papier. De andere factuur en bon deed hij in de map. Hij klikte de order door. Het ging eigenlijk nog makkelijker dan hij had gedacht. Hij sloot zijn pc af, pakte zijn spullen bij elkaar en nam de lift naar beneden.

Het was een heldere lentedag. Hij stapte naar buiten. Een groter contrast met de bedompte kantoorlucht binnen was niet mogelijk. Hij ademde diep in, en met zijn longen vulde ook zijn hoofd zich met een heerlijk soort vrijheid.

Zo voelde het dus, om een fraudeur te zijn. Fraudeur. Hij zei het woord een paar keer hardop. Het klonk wel mooi. Beter dan ‘burgerman’. Gerrit, de fraudeur. Gerrit, per vandaag officieel burgerman-af. Per vandaag was hij lid van dat illustere gezelschap dat dagelijks de kranten vulde. Silvio Berlusconi. Bernard Madoff. Lance Armstrong. Gerrit van de Gelder.

Van tevoren had hij gedacht dat hij zich schuldig zou voelen. Maar hij liep opgewekt naar huis, lichter dan ooit. Alsof niemand hem meer iets kon maken. Of Herman wel tevreden met hem was, kon hem ineens een stuk minder schelen. Of zijn collega’s hem wel mochten, kon hem ineens een stuk minder schelen. Of zijn vrienden hem wel een geschikte vent vonden, kon hem ineens een stuk minder schelen.

Het voetgangerslicht stond op rood. Er kwam niets aan. Dus hij liep gewoon door. Het kon hem niets meer schelen.

Dit verhaal is op23 oktober geschreven, tijdens de tweede sessie van Shut Up & Write Amsterdam, in café De Jaren.

Handen wassen bij de BBC

Ik hou van news.bbc.co.uk. Deze met Brits belastinggeld gefinancierde website levert kwaliteitsnieuws, en een internationale invalshoek die in veel Nederlandse media ontbreekt. Al surfend op de BBC News-site kom ik ook geregeld terecht op BBC News Magazine, een subonderdeel van die website. Omdat er vaak interessante analyses op staan.

Maar dan begint je op een gegeven moment iets op te vallen. Zo ongeveer bij het zesde artikel over handen wassen. Dan begin je te vermoeden dat er iemand bij BBC News Magazine zit met een missie. En die missie is om de Brit aan het handen wassen te krijgen. Uiteraard zit deze redacteur niet alleen bij het BBC News Magazine, maar werkt hij ook weleens daarbuiten. Het gevolg is: de BBC zet zich op alle fronten in voor het handen wassen.

Ik neem je niet in de maling, en om dat te bewijzen zal ik even alles wat er is verschenen over handen wassen bij de BBC op een rijtje zetten:

14 October 2009: Shame ‘boosts hand-washing rate’

1 January 2010: The clean hands mission

14 October 2011: Now wash your hands – and your mobile

15 October 2012: Why are the British so bad at washing their hands?

3 May 2012: Hand hygiene campaign ‘cut superbug infections’

28 May 2012: Gardeners told ‘wash off compost’

En een instructiefilmpje voor het wassen van handen voor het bereiden van voedsel;

Nog een instructiefilmpje, ditmaal gericht op kinderen;

En zelfs een online handenwasspelletje (wat scoor jij?).

Ik heb al veel van de BBC geleerd. Zo weet ik nu dat je, in de tijd dat je je handen wast, twee keer ‘happy birthday’ moet kunnen zingen. En dat je vooral ook je duimen goed moet wassen, helemaal rondom (!). Verheffing van het volk door de publieke zender mag nog in het Verenigd Koninkrijk. En ze beginnen met handen wassen.

Het dilemma van Etsy

Een interessant artikel in de Wired, over Etsy.com, een website waar creatievelingen hun handgemaakte artikelen kunnen verkopen. Etsy.com is ooit begonnen als platform voor hobbyisten, die een platform zochten voor hun handgemaakte artikelen. Hobbyisten, die geen tijd en geld wilden steken in het opzetten van een eigen website. En die bovendien te weinig bezoekers zouden krijgen op hun eigen website.

Al vrij snel waren er grote succesnummers op Etsy. Die kregen dan een enorme hoeveelheid orders te verstouwen, die ze onmogelijk allemaal zelf in elkaar konden breien – letterlijk. Eerst moesten dergelijke knutselaars, als ze op die manier uit hun krachten waren gegroeid, toch hun eigen website opzetten. Het gevolg was dat Etsy telkens hun beste verkopers gedag moest zeggen. En er dus ook geen winst meer mee kon maken.

Nu willen ze dat veranderen. Maar er ontstaat een probleem. Want die succesvolle verkopers gaan op zoek naar mensen die hun artikelen in elkaar kunnen zetten. Dat kunnen natuurlijk de neefjes en nichtjes zijn, die de kunst wel willen leren in ruil voor wat extra zakgeld. Maar wat let zo’n verkoper om te kijken of er in India geen mensen zijn die het kunnen? Die zijn waarschijnlijk nog sneller en goedkoper ook.

Maar als ze dat doen – en er is geen goede reden waarom niet -, dan gaat het gezellige, kneuterige karakter van Etsy verloren. En kun je er binnenkort precies dezelfde “handgemaakte” troep kopen als bij de Xenos. Met als extra risico dat Etsy de leden van het eerste uur van zich vervreemdt.

Een interessant probleem, omdat we hierdoor geconfronteerd worden met een waarheid die, zonder dat we er over na wilden denken, natuurlijk al jarenlang realiteit is. Bijna al onze kleding en elektronica wordt namelijk al in het verre oosten gemaakt, door mensen die daar niet bijster goed betaald voor krijgen. Dat onze handgemaakte stoel van sloophout ook in een Chinees dorp met twee miljoen inwoners wordt gemaakt, kan er ook nog wel bij.

We sussen het lichte ongenoegen dat we daarover voelen met het idee: ‘Die mensen staan in de rij om bij de iPhone-fabriek te gaan werken. Anders hadden ze nog minder verdiend.’ En liefst denken we er helemaal niet over na. Want het vervelende is: er zijn alternatieven. Er bestaan fair-trade-broeken met keurmerken die ons verzekeren dat die arbeiders wel een goed loon krijgen. Maar die broeken zitten niet goed. Dus blijven we ons ongenoegen sussen.